flogiston

Blog

Boomverhalen, deel 2 (Dutch)

· admin · Nature

Source: http://www.boombastik.nl

Uiterlijk zegt niet alles



Lukas keek nog één keer over zijn schouder. Achter hem lag de woeste toendra en hij kon de ruiters al op een uur afstand zien. Een grote stofwolk vertelde hem exact waar ze zich bevonden. Als hij op de toendra bleef zouden ze hem zeker te pakken krijgen. Langzaam draaide hij zich om en keek tegen de dichte muur van bomen aan. Het donkere bos strekte zich mijlenver uit. Zijn moeder had hem vele verhalen over dit bos verteld. Het was vervloekt en er was nog nooit iemand levend uitgekomen. Niemand die hij kende had het ooit aangedurfd om het bos in te gaan. Volgens de legende woonde er een slechte tovenaar die niet van mensen hield. Hij was bang maar zette de eerste stap tussen de bomen. Het was dit of een zekere dood. Na een paar voorzichtige stappen voelde hij hoe het bos zich om hem heen sloot. Hij kreeg het idee dat de bomen voor hem terugweken en achter hem weer dichter bij elkaar gingen staan. Hij keek om. Er was geen weg terug en een gevoel van onzekerheid bekroop hem. Hij was er wel zeker van dat de ruiters hem nooit meer zouden vinden...

Drie dagen liep hij nu al rond in het bos en hij had nog niemand gezien. Het leek alsof het bos uitgestorven was. Zelfs vogels of reeën was hij nog niet tegengekomen en die paar bessen hadden zijn honger ook niet gestild. Lukas stond stil en spitste zijn oren. Hij had het goed gehoord. Als een wildeman sprong hij over de dode bomen en door het dichte struikgewas en kwam bij het kleine stroompje. Hij ging op zijn buik liggen en proefde voorzichtig aan het water. Het was heerlijk koel en snel vulde hij zijn waterzak. Hij vouwde zijn handen en schepte het water op. Gulzig slurpte hij het naar binnen en schepte nog een keer op. Hij wilde nog een slok nemen toen hij voetstappen hoorde. Verschrikt draaide hij zich om. Dit moest de vreselijke oude tovenaar zijn. In de donkere schaduwen kon hij de gestalte van een mens ontdekken. Hij zag een hoge, gebroken puntmuts en een paar vuurschietende ogen.

Lukas was blij dat hij lag want anders hadden zijn knieën het vast begeven. De oude tovenaar stapte de cirkel van het licht binnen en keek om zich heen. “Goedemorgen jongen. Helemaal alleen?” Zijn stem klonk jong en helder. Die stem klonk ook vriendelijk. Lukas begon te stotteren. Hij moest wat zeggen want hij wist dat het onbeleefd was een vraag van tovenaars onbeantwoord te laten. Hij zou hem in een boom kunnen veranderen. “U bent de magi...?” “Tuurlijk.” De magiër legde zijn staf voorzichtig in het lange gras en ging naast Lukas op de grond liggen. Zijn lange baard viel in het water en Lukas sperde zijn ogen open. De punt van de baard die het water had geraakt was niet langer grijs maar vuurrood. De magiër keek hem vragend aan en volgde de blik van Lukas’ ogen en pakte verwonderd de punt van zijn baard vast. “Nou dat is toch wel heel bijzonder.” grinnikte de magiër. “Ik heet trouwens Sammuel, en jij?” “Lukas.”, zei Lukas. Hij begon zich wat meer op zijn gemak te voelen. Sammuel rommelde wat in een oude leren tas en haalde een bol tevoorschijn. Hij keek in de bol en hield zijn baard ervoor. Met de rode punt omhoog. “Lukas, zeg nou eens eerlijk. Dat is toch geen gezicht hè, zo’n rode punt.” Bereidwillig schudde Lukas zijn hoofd. Sammuel gooide zijn hoed naast zich neer en stak zijn hele hoofd onder water. Toen hij zijn hoofd omhoog trok schudde hij het krachtig heen en weer en het water spetterde Lukas om de oren. “Ik moet toch maar eens een watervaste verf zien te vinden.” zei Sammuel, meer tegen zichzelf dan tegen Lukas. Lukas keek ongelovig naar het gezicht van de oude magiër. Sammuel had een weelderige bos vuurrood haar en een paar heldere groene ogen. Hij had alleen geen rimpeltjes.

Uit zijn tas toverde Sammuel een lunchpakketje tevoorschijn en gaf Lukas ook een homp brood. “Ik snap dat je een beetje verlegen bent Lukas dus ik praat wel een eind weg. Het is ook al lang geleden dat iemand mij hier bezocht heeft. Een gezellige picknick kan ik me eigenlijk niet meer herinneren. Maar ja, dat krijg je als mensen verhalen gaan vertellen. Je hebt wel lef om hier zomaar mijn bos in te gaan.” “Ik moest wel. De ruiters van koning Isthaz zaten achter mij aan.” “Is die lapswans nog steeds aan de macht?” “Ja, al vierenzestig jaar.” “Dat had ik niet gedacht. Maar je hebt gelijk. Die gasten durven nooit het bos binnen te gaan.” Hij nam een flinke hap van zijn brood en kauwde stevig door. Een stevige slok uit zijn waterzak spoelde de kruimels weg. Opeens schoot zijn hoofd omhoog en hij keek schuin omhoog.

“Wat me opeens te binnen schiet... Waarom ben jij eigenlijk op de vlucht?” “Op een dag was ik de kerker aan het schoonmaken en toen ik een verkeerde gang in liep vond ik een oude draak in een kerker en daar heb ik mee zitten praten.” Sammuel wreef door zijn baard en grijnsde. “Een oude draak zei je?” “Ja meneer.” “Hoe zag die draak eruit?” “Nou, eens even kijken. Hij had een lange staart en twee vleugels. Het was een witte draak. Hij had ook allemaal schubben op zijn lijf en heel lange nagels.” Lukas dacht na over het uiterlijk van de draak. “Hij had ook heel grote neusgaten. Ik denk dat ik er wel een zak met goud in zou kunnen stoppen.” “Lukas wacht even. Alle draken hebben een staart en twee vleugels. Had deze draak toevallig een snor of een sik of een bril of iets anders?” Lukas trok zijn wenkbrauwen samen. Denkrimpeltjes verschenen op zijn voorhoofd. Hij ging op zijn rug liggen en sloot zijn ogen. Het was best wel donker geweest in die kerker, maar hij probeerde zich te herinneren hoe de draak eruit had gezien. “Ik kan me niet herinneren of hij een snor had.” Plotseling zag hij die stapel zakdoeken weer liggen. “Wacht even. Ik zag wel een hele stapel zakdoeken liggen. Ik denk dat hij aardig verkouden was. Heeft u daar iets aan?” “Jaaaa, natuurlijk. Ik ken maar één draak die altijd verkouden is, dat is Thisjew.” “Ja, zo heette hij. Dat zei hij al.” “Waarom zeg je dat dan niet meteen?” “U vroeg mij hoe die draak eruit zag.” “Dat is waar ook.”

“Meneer de magi... u bent eigenlijk best wel aardig.” “Tuurlijk, dat ben ik altijd al geweest, jongen” “Maar...” “Nee Lukas. Je moet nooit teveel geloof hechten aan verhaaltjes van mensen. Mensen zijn gewoon bang voor dingen die ze niet begrijpen. De alchimist van koning Isthaz is opgehangen omdat hij geen goud kon maken. Volgens de legende zou hij dat moeten kunnen en mensen begrijpen niet dat sommige dingen niet te begrijpen zijn. Begrijp je? “Eh nee.” “Ooooh...”

Sammuel ging tegen een groot rotsblok zitten en zakte onderuit. Hij nam een gulzige slok uit zijn waterzak en slikte. Een vrolijk boertje volgde. “Sorry, als je zo lang alleen bent vergeet je je goede tafelmanieren.” Lukas moest wel lachen om de tovenaar. Voorzichtig liet hij zelf ook een boertje. “Ja, jij bent nog jong Lukas. Lach maar. Toen ik jong was werkte ik aan het hof van koning Isthaz. Samen met Marlijn adviseerde ik de koning. Op een staatsbanket liet ik ook een boertje. Dat mocht niet en de gasten voelden zich beledigd. Ze eisten mijn dood. Toen ben ik ontslagen.” “En toen bent u hier heen gegaan?” “Yep.” “Maar u bent dus helemaal geen verschrikkelijke tovenaar?” “Nee, tuurlijk niet. Maar als koning Isthaz mij dood wil hebben kan ik hem wel aardig afschrikken. Een beetje as door een pasta gooien en je hebt een prima haarverf. Plotseling ben je een oude vreselijke tovenaar.” “Hoe zit het dan met die enge verhalen?” “De soldaten van Isthaz en ook die van zijn vader heb ik wel een lesje geleerd.” “En al die onschuldige mensen?” “Er zijn in mijn leven maar twee onschuldige mensen het bos in gekomen. De ene is van zijn paard gevallen toen hij tegen een laaghangende tak opreed en de ander is door een slang gebeten. Toen ik hem vond was hij al dood.” “Ooooh.” “Koning Isthaz voelde zich aardig op zijn nummer gezet toen zijn soldaten niet terugkwamen en ik denk dat hij bang was om af te gaan als een gieter. Zijn soldaten stonden bekend als de besten in het hele land.” “Omdat hij zijn reputatie kon verliezen heeft hij u dus zwart gemaakt?” “Ja, dat denk ik wel. Niemand wil zijn fouten toegeven. Hij kan het zich helemaal niet permitteren. Zijn vader had de troon met geweld ingepikt. Hun hele regering is gebaseerd op angst. Als de mensen doorkrijgen dat hij gewoon een domkop is, dan is hij binnen de kortste keren werkeloos.” “Oooooh....” “Erg intelligent antwoord, Lukas.” “Oooooh.”

“Net zoals Thisjew. Dat is een erg ongevaarlijk draak, maar dat weten de mensen niet. Isthaz heeft een heuse draak gevangen genomen. Wie is er nu bang voor een draak die geen vuur spuwt maar die zo verkouden is dat hij klodders snot spuwt?” “Dus daarom zit hij achter mij aan?” “Tuurlijk.” Sammuel stond op en liep het bos weer in. Voordat hij tussen de bomen verdween zei hij: “Ik ben dus een vriendelijke tovenaar en Isthaz stelt niets voor. Denk daaraan als je het koningschap wilt veroveren.” “Helpt u mij dan?” “Vraag maar aan Thisjew. Een klodder snot brandt niet goed maar laat wel een hoop soldaten uitglijden....”

Lukas keek nog lange tijd in de richting waarin de magiër was verdwenen. Dit was het vreemdste gesprek dat hij ooit had gehad. Toen hij zich omdraaide zag hij een koninklijk harnas naast een schitterend wit paard liggen. Hij dacht aan de laatste woorden van Sammuel. Zou hij koning moeten worden? Welgemoed klom hij op het paard en reed het bos uit. De bomen gingen voor hem opzij en toen hij de toendra opreed voelde hij hoe de betovering van hem afgleed. Wat was er toch allemaal gebeurd daarbinnen? Opeens was hij er zich van bewust dat koning Isthaz al vierhonderd jaar dood was... ...



onbekend, oude legende
(bron: onbekend)